C.I.N.T. Benelux
Home
Opleidingstructuur
Module data
3 kernpunten
Literatuur
Huidzônes
Informatie aanvraag
Aanmelden
Contact
C.I.N.T. therapeuten
Brabant
Drenthe
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Noord - Holland
Limburg
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Zuid - Holland
België
Overig
Partners
Stichting CNE
Star Remedies B.V.
NOAG
Literatuur
 
 
 
C.I.N.T.kernen
Rekening houden met de relaties tussen de bloesems
Via betrekkingen tussen de bloesems onderling valt te bepalen welke bloesem de oppervlakkige kant van een klacht en welke de diepere oorzaak bestrijkt. Zodoende komt er een hiërarchische indeling tot stand die de toekomstige therapie bepaalt. Dat is een heel belangrijk hulpmiddel, vooral wanneer de patiënt blijkbaar een groot aantal bloesems nodig heeft en men niet weet waar te beginnen. Zijn de feitelijke klachten weggenomen, dan is volgens deze indeling na te gaan, welke verborgen negatieve zielsconcepten tot de bestaande klachten hebben geleid. Op die manier kunnen we desgewenst de therapie, met bewustzijnsverruiming als doel, voortzetten.
Diagnose volgens de huidzones van de bach-bloesems
Bij elk bloesemmiddel horen zones op de huid, te vergelijken met de voetreflexzones. Bij negatieve stemmingen treden op die plaatsen veranderingen in de energetische structuur op, veelal samengaand met pijn of sensibiliteitsstoornissen. Op die manier kunnen we, zuiver op grond van de plaats bloesemdiagnoses stellen.

Toepassingen van de bloesems op de huid
Door rechtstreekse toepassing van de desbetreffende bloesems ( in verdunde samenstelling) op de ontregelde zones kunnen we het effect van de bloesems aanzienlijk vergroten. Op deze manier herstellen niet alleen negatieve stemmingen zich heel wat sneller dan bij inname van druppeis, maar ook lichamelijke klachten verdwijnen veelal onmiddellijk na het aanbrengen van de bloesems op de huid. De Bach-bloesemtherapie is dan ook niet alleen hygiëne voor de ziel voor de "harmonisering van de psyche", zoals ze vaak wordt aanbevolen, maar ook een therapie ter behandeling van lichamelijke klachten.
Disclaimer
Disclaimer
  Copyright © 2000 - 2010 C.I.N.T. Benelux Opleidingen b.v.®
   
Partners
 
  Star Remedies - link
 
  Centrum voor Natuurgeneeskunde
en Educatie - link
  ”Eindelijk duidelijkheid over het echt werken met bach bloesems”
 

Partner van C.I.N.T. - Stichting CNE

De Stichting CNE (Centrum voor Natuurgeneeskunde en Educatie) verzorgt voor verschillende doelgroepen scholing op maat. In de afgelopen 20 jaar is wereldwijd een nieuwe ontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg zichtbaar. Steeds vaker ziet men reguliere en niet-reguliere geneeskundigen samenwerken. Het accent ligt vooral op wederzijdse aanvulling en verrijking van de geboden zorg. Belangrijke aspecten zijn o.a. preventie en het bevorderen van welbevinden. Onderzoek binnen deze Integrale of Complementaire Gezondheidszorg vormt een boeiende uitdaging. Onderzoek is ook de basis van verantwoord handelen. Het CNE is vanaf 1985 actief betrokken bij het inhoud en vorm geven van dit nieuwe domein.

Op 28 september 2002 begonnen wij begonnen met onze HBO opleiding. De HBO opleiding onder leiding van Drs. Astrid Noorden, natuurgeneeskundige, master of science in nursing, studeerde aan de Academie voor natuurgeneeskunde te Hilversum en aan de Universiteit te Wales.

Drs. Astrid P. Noorden is directeur van de Stichting CNE (Centrum voor Natuurgeneeskunde en Educatie) en the Dutch Shiatsu Academy. Doceerde sinds 1985 aan verschillende natuurgeneeskundige opleidingen. Zij is vanuit het CNE betrokken bij het professionaliseringsproces in de natuurgeneeskunde en deed onderzoek naar Complementaire geneeswijzen en verpleegkundige zorg. Als adviseur betrokken bij de implementatie van complementaire geneeswijzen in ziekenhuis organisaties en zorgcentra en is geregistreerd NWP Praktizijn.

Na een aantal jaren de seminars volgens de methode van Dietmar Krämer gegeven te hebben, kwam bij ons telkens meer het gevoel omhoog dat er nog meer "verdieping" moest komen.

Hoe of wat was nog niet duidelijk.Na formatie van een groep mensen, die allemaal de hele opleiding hadden gevolgd. Dit werd de werkgroep "Bach-remedies". In deze groep werd o.a. gefilosofeerd over een beroepsvereniging, over hoe we ons, in het vaak ondoorzichtige web van "alternatieve" therapeuten, konden positioneren.Ook hoe we ons konden presenteren aan de ziekenfondsen en andere verzekeraars, het interpreteren van de wet B.I.G. en nog vele andere zaken.

Het CNE heeft voor de mensen die werken volgens de methode van Dietmar Krämer een "op maat gemaakte" opleiding gemaakt.

Maar bij deze… hulde aan het CNE die voor ons zo een goede opleiding verzorgt. Daarbij willen wij tot op heden ook de andere coaches bedanken voor hun geweldige inzet; Peter Farwick, Peter Abelman en Brigitte!

Stichting CNE

De stichting CNE (Centrum voor Natuurgeneeskunde en Educatie) is gespecialiseerd in opleidingen op maat, dit in zowel de reguliere als complementaire gezondheidszorg. Het CNE begon in 1985 met introductie cursussen en voorlichtingsbijeenkomsten over natuurlijke geneeswijzen aan geïnteresseerde leken. In opdracht van o.a. vrouwenverenigingen en scholen werd voorlichting gegeven aan volwassen en kinderen op verschillende plaatsen in Nederland. Begin jaren 90 werd ook op de Nederlandse Antillen en in Suriname gelijksoortige scholing voor leken georganiseerd.

Tijdens deze activiteiten waren vooral onderwijzers en werkers uit de gezondheidszorg actief betrokken bij discussies en zaken rondom zorg voor het milieu in relatie met gezondheid en welzijn. Door het werk van het CNE ontstonden er boeiende contacten met het ministerie van Volksgezondheid. Niet alleen in Nederland maar ook op de Antillen werd en wordt er gestreefd naar professionalisering en regulering op het terrein van de natuurlijke geneeswijzen. 

In Suriname werd in augustus 1995 in het kader van de scholingsactiviteiten een lezing gegeven over natuurgeneeskunde en oso dresi (Surinaams voor huismiddeltjes). In het kader van verantwoorde zelfmedicatie werd er samen met een bekende traditionele genezer gesproken over het behoud en de waarde voor de gezondheidszorg van traditionele geneeswijzen. Over de waarden van geneeskrachtige planten en de zorg van het tropisch oerwoud werd er in een tot de nok toe gevulde tori oso (verhalenhuis) met het publiek van gedachte gewisseld. Als gevolg van deze inspirerende bijeenkomst werd in het najaar een stichting opgericht die aandacht ging besteden aan traditionele geneeswijzen en het nut voor de samenleving. In vervolg op deze activiteiten werd door Vastenactie/Cebemo Nederland een subsidie verleend voor een workshop in 1996. Opvallend was de interesse van artsen, verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers.

Zowel in een plaatselijk ziekenhuis als op de opleiding voor verpleegkundigen werden in op een volgende weken openbare colleges gegeven over natuurlijke geneeswijzen. Er werd met interesse door personeelsleden en andere genodigden geluisterd naar ontwikkelingen op het terrein van de complementaire gezondheidszorg.

Deze activiteiten waren het begin van een nieuwe doelgroep waar nu scholing voor werd verzorgd. Met name de vraag van professionele werkers naar op maat gemaakte programma’s vormden een groot deel van de vraag. Er werd een bijscholingsprogramma voor een diëtisten vereniging op de Antillen ontwikkeld met als hoofdthema natuurvoeding en alternatieve voedingssystemen. In 1993 werden, in opdracht van de NWP, magnetiseurs geschoold in verschillende door de vakgroep verplicht gestelde modules. Ditzelfde was van toepassing op leden van de Shiatsu vakgroep van de NWP. In 1997 werd met de module methodologie en wetenschapsbeoefening de start gemaakt met de eerste verplichte cyclus nascholingen voor NWP geregistreerde natuurgeneeskundigen.

Deelname aan de nascholing was verplicht om voor herregistratie in aanmerking te komen. De verplichte nascholingsvakken waren een aanvulling op de reeds afgeronde hogere beroepsopleiding. Vooruit lopend op kwalitatieve registratie-eisen van de overheid werd door de algemene ledenvergadering het sein gegeven voor een nascholingscyclus bestaande uit verschillende fasen.

Bij de verplichte nascholingscyclus van de eerste fase kwamen 7 vakgebieden aan bod. Naast methodologie kwam ook farmacologie (farmacokinetiek en farmacodynamiek), laboratoriumtechnieken, Gezondheidsrecht, Gezondheidsethiek, Sociologie en Culturele Antropologie en Beleid en Structuur van de gezondheidszorg aan de orde.

Het doel van de vereniging was enerzijds een betere aansluiting bij de huidige professionele gezondheidszorg en anderzijds (in het specifieke geval van de module wetenschapsbeoefening) een betere oriëntatie op wetenschappelijk onderzoek.De nascholing werd in een periode van 3 jaar op verschillende locaties in Nederland verzorgd.

Voor dit bijscholingstraject waren er verschillende samenwerkingsverbanden tot stand gekomen. Er werd samengewerkt met de faculteit van Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Nijmegen. Met name de zeer gewaardeerde en enthousiaste medewerking en colleges van wijlen professor dr. Gerrit Huizer waren hoogtepunten in het programma. Ook de bijzondere samenwerking met de faculteit van Wijsbegeerten van de Universiteit van Nijmegen en het team van het CEKUN waren voor beide partijen inspirerend. Dit leverde colleges op die een waardevolle bijdragen leverden aan “de natuurgeneeskundige body of knowledge”. Van deze samenwerking is door de universiteit een cahier uitgegeven.

Samenwerking vond ook plaats met zowel de medische faculteit als de faculteit van de farmacie van de Universiteit van Utrecht. Een special programma met een advocatencollectief leverde boeiende lessen op over verschillende onderdelen van het gezondheidsrecht in relatie met ontwikkelingen in het eigen domein. Docenten en andere beleidsmakers in de gezondheidszorg waren gastdocenten in de verschillende CNE programma onderdelen.

De bereidwilligheid van reguliere instellingen en personen om kennis met het natuurgeneeskundig veld te delen weerspiegeld de mogelijkheid tot daadwerkelijke samenwerking en integratie. Dit op basis van wederzijds respect voor elkaars kunnen.In het kader hiervan is begin jaren 90 door de Daniel den Hoedt kliniek op verzoek van het CNE een studiedag oncologie voor de studenten georganiseerd. De toenmalige directeur patiëntenzorg opende de dag en hield een korte inleiding. Medewerkers van verschillende disciplines onderbraken hun werk in de kliniek en hielden voordrachten en colleges voor de studenten. De laatste ontwikkelingen op het terrein van diagnostiek en wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van de oncologische zorg, kwamen op deze studiedag aan de orde.

De stichting CNE kent 4 aandachtgebieden te weten:
1. Voorlichting ten aanzien van gezondheid en vitaliteit voor leken.
2. Bij- en nascholing op het terrein van medische en vakinhoudelijke kennis.
3. Scholing op maat voor specifieke doelgroepen. Dit kan zowel reguliere als natuurgeneeskundige programma’s behelzen.
4. Scholing en advisering van reguliere organisaties in de gezondheidszorg over toepassingen en integratie van aanvullende zorgvormen.

Ten aanzien van punt 1 en 2 is zoals bovenstaand vermeld al het een en ander gezegd.Ten aanzien van punt 3 zijn naast de nwp projecten andere programma’s die het werk van de stichting illustreren. In samenwerking met een tweetal stichtingen (biofyt) werd op 50 locaties in Nederland door CNE docenten les in fytotherapie gegeven aan drogist- en apothekersassistenten en medewerkers van reformwinkels. Deze docenten vormden een grote meerwaarde voor dit grote project. Zij waren allen goed geschoolde (op HBO niveau) in een eigen praktijk werkzame therapeuten, die speciaal getraind en ingezet werden in het Biofyt/CNE project. Niet alleen waren het praktizijns die feeling hadden met de basis (zelfzorg vs professionele zorg) maar zoals voorspeld vormden zij een veilig vangnet voor deelnemende drogisterijen en andere organisaties als reformzaken. Hierdoor werden ook secundaire positieve gevolgen als samenwerking met genoemde organisaties en deskundige verwijzing naar therapeuten het gerealiseerd.

Een dergelijk voorbeeld is ook ten aanzien van programma’s in de homeopathie vermeldenswaardig. In opdracht van een groot farmaceutisch bedrijf werd, na oriëntatie met een groep docenten in Zwitserland, een speciaal homeopathie programma ontwikkeld. Dit programma was specifiek gericht op een specilistische lijn van het bedrijf.

Nadat het programma was ontwikkeld en geschreven, werd eerst de buitendienst van het bedrijf geschoold in medische basisvakken en daarna in de algemene basisprincipes en filosofische uitgangspunten van de klassieke homeopathie. Ook de materia medica van een geselecteerd aantal beelden kwam aan de orde. In een intensief programma werd eerst het personeel van het bedrijf en daarna personeel en staf van drogisterijen en apothekers in het land getraind. Trainingen vonden plaats o.a. in Rotterdam, Hoogeveen, Utrecht en Apeldoorn.Een voorbeeld van punt 4 is illustratief voor de laatste ontwikkelingen op het gebied van integratie van het natuurgeneeskundig gedachtegoed in de reguliere zorg.

Voor een zorgcentrum in Laren werd door het CNE een speciale training ontwikkeld waarbij verschillende aspecten van natuurlijke geneeswijzen aan de orde kwamen. Alle zorgverleners van het instituut kregen de gelegenheid om geschoold te worden. Niet alleen de werkers aan het bed, maar ook het huishoudelijk personeel en werkers uit andere disciplines kregen toestemming van de directie om de training te volgen. Dit initiatief is tot stand gekomen door de vraag van zorgverleners over het gebruik van zelfzorgproducten van bewoners. Men had te weinig kennis op dit terrein en men had de behoefte om in het kader van verantwoorde zelfmedicatie en het welzijn van de bewoners hier kennis van te vernemen. Het succes van de training werd mogelijk gemaakt door persoonlijk inzet van zowel de directeur als het hoofd van de verzorgingsdienst. Dit zorgcentrum behoort waarschijnlijk tot een van de eerste in Nederland die een training on the job in aanvullende zorgvormen op grote schaal heeft gefaciliteerd. In 2003 weerspiegelen de projecten van de Stichting CNE het integratieproces van de natuurlijke gezondheidszorg en de reguliere zorg.

Het personeel van de Jordaan, afdeling PG en Somatiek, van het Zorgcentrum Antaris te Amsterdam hebben inmiddels meerdere malen scholing gehad op het gebied van de complementaire zorgverlening. Voor de Stichting Maatzorg (Rotterdam, Delft e.o. maatschappelijke hulpverlening), werd ten behoeve van de Thuiszorg een complete training complementaire zorg op maat gemaakt en gedoceerd. Dit met als doel het geleerde te integreren in de diensverlening van de stichting Maatzorg. Sinds de opdrachten van de NWP voor scholing van natuurgeneeskundige therapeuten volgden andere opdrachten. Onder andere Bettel, de Vereniging van Rebalancers en de C.I.N.T-therapeuten. Deze groep behoort tot een internationaal netwerk van collega’s in Duitsland, Oostenrijk, België en Zwitserland. De bedoeling is de samenwerking tussen het C.I.N.T te Amsterdam en het CNE verder gestalte te geven in het onderwijsprogramma van de Nederlandse opleiding.

Onder leiding van het CNE werd in 1998 the Dutch Shiatsu Academy (DSA) opgericht. De DSA verzorgd een 4 jarige HBO-opleiding in de Namikosi Shiatsumethodiek. Deze methode slaat een brug tussen de oude Oosterse visie en de reguliere visie op geneeskunde. Inmiddels is de Academy door Japan geacrediteerd en geniet het DSA een brede bekendheid. De studenten worden na het afstuderen toegelaten tot verschillende beroepsverenigingen, waaronder de NWP en het VNT. Ook op het terrein van samenwerking met buitenlandse instituten is in de loop van de afgelopen jaren het een en ander gerealiseerd. Zo is met het Tibetaans Boeddistisch Centrum te India onder leiding van lama Lobsang Thamcho Nyima in 2001 een start gemaakt met de opleiding Tibetaanse Geneeskunde. De opleiding is modulair van opzet en wordt in samenwerking met het CNE in Nederland door lama Lobsang gedoceerd, een jonge inspirerende arts/monnik. De opleiding is een authentieke kloosteropleiding die eeuwenoude kennis nu beschikbaar maakt voor Westerse studenten.

In 2003 is de Stichting CNE volop werkzaam op het terrein van de Complementaire Gezondheidszorg. De benaming Complemenaire Gezondheidszorg laat een ontwikkeling zien die illustrerend is voor een niet meer te stuiten proces. Namelijk integratie en samenwerking van 2 verschillende zorgsystemen, de reguliere en de alternatieve/natuurlijke geneeskunde. Illustrerend hiervoor is de start van de eerste opleiding natuurgeneeskunde in de verloskundige praktijk in september 2002. Deze CNE- opleiding is opgezet in opdracht van verloskundigen en is met 26 studenten van start gegaan. De vroedvrouwen ervaren tijdens hun studie al de meerwaarde van het geleerde in de praktijk. Er is sinds het ontstaan van het Centrum voor Natuurgeneeskunde en Educatie in 1985 veel gebeurd. Het CNE is sindsdien betrokken geweest bij een boeiende ontwikkeling van toenadering en samenwerking met hulpverleners van verschillende disciplines. De consequentie van het integratieproces van reguliere- en natuur-geneeskundige zorg, is het ontstaan van een zorgsysteem waarbij in respect en vrijheid multidisciplinair gewerkt kan worden aan een goede en kwalitatieve hulpverlening voor cliënt en patiënt.